Hobbit

deel met je vrienden

Deel met je vrienden

daar drukken

Hobbit: Het verhaal

Twee mannen
in een wonderbaarlijke reis
op en onder
het toneel van hun verbeelding.

Twee mannen
raken verzeild in een
lachfilm,
in een vrolijke
nachtmerrie,
waarin alles geluid maakt
en klanken kleuren krijgen.

Credits

Spel: Loek Beumer en Peter Drost
Regie: Gijs de Lange
Assistent Regisseur: Géraldine Verhoeven
Decor: Laura de Josselin de Jong
Uitvoering decor: Brinkman Decors
Kostuums: Carin Eilers
Geluidsdecor: Wim Conradi
Lichtontwerp: Peter van der Hoek
Geluid: Dirk Witvoet
Affiche: Frits van Hartingsveldt

Tourneeplanning Nederland:
Hummelinck Stuurman Theaterbureau
Da Costakade 190, 1053 XG Amsterdam
Tel: 020-6164004 Fax: 020 6124341
e-mail: info@hummelinckstuurman.nl
www.hummelinckstuurman.nl

Tourneeplanning en promotionele ondersteuning België:
Verenigde Werkhuizen Thassos
A. Rodenbachstraat 19 B 2140 Borgerhout
Tel: 0032-3/235.04.90 Fax: 0032-3/235-235.11.05
e-mail: thassos@pi.be

Productie:
Het Toneelschap Beumer & Drost
Veemarkt 202, 1019 DG Amsterdam
Tel: 020-4652147 Fax: 020-4682465
e-mail: info@beumerendrost.nl

Foto's

Recensies

de Volkskrant: “Het plezier van toneelmaken”
Trouw: “Geluiden bij een onbestaande voorstelling”
Leidsch Dagblad: “Geluidstechniek speelt hoofdrol in Hobbit”
De Morgen: “Tolkien en theater binnenstebuiten gekeerd”

Volkskrant
Door Bart Deuss

Het plezier van toneelmaken…

Het plezier van toneelmaken is de drijfveer van de acteurs en theater-makers Beumer en Drost. Ook in “Hobbit, de voorstelling” duiken er weer twee aandoenlijke mannen op, grote kinderen in feite, die met elkaar bizarre avonturen beleven. Dit keer is het toneel zelf de locatie.

Behalve een ingenieus fysiek decor speelt ook het geluidsdecor in Hobbit een belangrijke rol. De kelder en het achtertoneel van een zaal vormen het territorium van een goeiige toneelmeester (Beumer) die daar al sinds jaar en dag de geluiden verzorgt bij een en dezelfde voorstelling: Hobbit. De geluiden die hij maakt zijn een aanstekelijke verzameling van handige gerauschmacherstrucs, aangevuld door de geluiden op de band.

Daarmee wordt flink uitgepakt: laag overvliegende draken, donder en bliksem, een Frankensteinachtige orgelmuziek die de geluidenmaker uit een computertoetsenbord kneedt.

In de steek gelaten door zijn vaste collega, wordt de geluidenman verrast door een onduidelijk type van ‘de hulpdienst’ (Drost). Die moet in vliegende vaart ingewerkt worden om de voorstelling door te kunnen laten gaan. Drost speelt een lijzige wijsneus die vooral vragen stelt waar actie geboden is en voortdurend zijn parate kennis over de Hobbit – het boek – etaleert waarop de toneelmeester steevast antwoordt dat dit de voorstelling is en niet het boek.

Het komische duo dat de twee hier neerzetten doet denken aan het betere Snip en Snap-werk. Beumer als de goedzak Walden, Drost als de tergende Muizelaar.

Hobbit is een lastig te plaatsen jeugdvoorstelling. Bij vlagen is het eerder cabaret dan een vertelling. Hoewel er uiteindelijk wel een wending komt die voor enig drama zorgt, blijft het spel dat de twee – voortreffelijk – spelen, vooral een uitstalling van spitse en grappige vondsten.

In Hobbit volg je niet de dramatische ontwikkeling van een personage maar de commentaarlijn van twee spelers die jongleren met allerlei menselijke gedragingen. Over dat uiterst herkenbare menselijk gedrag lijken de makers van deze voorstelling niet meer kwijt te willen dan het befaamde adagium ‘wie lacht er niet, die de mens beziet’. Hetgeen ze met verve doen.

Leidsch Dagblad
05.05.2003
door Paulien Koopmans

Geluidstechniek speelt hoofdrol in ‘Hobbit’

Als een jas die je binnenstebuiten en achterstevoren hebt aange-trokken. Het zit gek. En het voelt raar. Op een vergelijkbare manier draait Toneelschap B&D hun nieuwste voorstelling 180 graden om. Je kunt bij dit stuk naar binnengluren in de ingewanden van een theater. Diep in dat theater, achter de coulissen, bevindt zich het technische heiligdom van de geluidsmannen. Het publiek beleeft alles vanuit hun perspectief. Zij brengen ‘Hobbit’ terug tot een aantal geluiden uit de romanwereld van Tolkien. Je ziet geen draken, dwergen en andere oude bekenden uit ‘The lord of de rings’ (Gollum, Gandalf, Bilbo Balings). Ze spelen alleen op de achtergrond mee. Het eigenlijke verhaal over de geluidsmannen is eenvoudig, maar sterk geconstrueerd. Een wat ouderwetse geluidstechnicus, die overtuigend wordt neer gezet door Loek Beumer, wordt van de ene op de andere dag in de steek gelaten door zijn vaste collega. Hij krijgt na een dringend telefoontje ondersteuning van een hulpdienst. Natuurlijk heeft de onnozele invaller geen enkele ervaring. Hij moet in razend tempo worden klaargestoomd voor de zogenaamde voorstelling.

Gelukkig leert hij snel. Peter Drost maakt als ‘invaller’ dankbaar gebruik van zijn ervaring als hoorspelmaker voor o.a. de VPRO, KRO en het NOT. Hij schudt met een zak vol sigarendoosjes en bootst zo galloperende pony’s na.

En zo zijn er meer akoestische trucs: een regenbui is het gepruttel en gespet van een gebakken eitje. En een been breekt door een stronk prei te knakken.

Al is er genoeg te zien, B&D richt zich vooral op het oor. Drost en Beumer overtreffen zichzelf met hun komische dialogen vol woordgrapjes. “We moeten geluid maken, maar we mogen geen geluid maken.” Of: „Ik hoop dat mijn maat ook uw maat is.” Vooral het zichtbare plezier waarmee de acteurs dit volhouden, werkt erg aansteke-lijk.

Het kan daarom niet anders: om het gekluns van de geluidsmannen en hun bizarre conversaties móét je wel lachen. Maar achter deze lach, schuilt ook een traan. Hoe wrang is het als de invaller ontdekt dat de hondstrouwe geluidstechnicus al jaren voor een niet bestaande zaal werkt. Deze ontknoping is de zoveelste verrassing op rij. Dat maakt ‘Hobbit’ in verschillende opzichten een kei van een voorstelling.

Trouw
door Anita Twaalfhoven

Het Toneelschap Beumer & Drost brengt vaak moderne slapstick-voorstellingen waarin heldhaftige mannen als brandweermannen, cowboys of kapiteins op een duikboot, fungeren als antiheld. In ‘De Hobbit’ stommelen twee mannen in stofjas rond de achterzijde van een theaterpodium. Ze ‘doen het geluid’ bij de voorstelling. Een van hen doet dit al vijfentwintig jaar, maar onlangs heeft zijn collega er de brui aan gegeven. De tweede man is voor hem ingevallen en moet het vak nog leren.

Dit geeft aanleiding tot hilarische scènes. Loek Beumer speelt de rol van routinier in het geluidsvak en hij onderwijst zijn eigenwijze collega Peter in de fijne kneepjes van dit vak. Gebarentaal is de basis, want achter het toneel mag niet gesproken worden. Dit is direct aanleiding tot grote verwarring. Zo is er een gebaar dat ‘opletten’ betekent, maar dat gebaar is volgens de nasaal sprekende Drost overbodig, want op het moment dat je naar dat gebaar kijkt ben je al aan het opletten.

Gedurende de helft van de voorstelling neuzelen de twee door over de bizarre handelingen die ‘geluid 7’ of ‘geluid 41’ voortbrengen. Het ge-luid van galopperende paarden ontstaat door een katoenen zak vol sigarenkistjes ritmisch heen en weer te schudden, een kloppend hart hoor je door aan weerskanten aan een natte dweil te trekken en het gebrul van de aardmannen doen de twee mannen zelf. Het geluid van de vliegdraak valt in de categorie ‘geluiden in potjes’. Met het geluid van een vliegtuig schiet het dier door de lucht en als de geluidsman een pan omhoog houdt om hem weer te vangen hoor je de knal van de botsing die zo ontstaat.

De gehele zaal ligt inmiddels dubbel van het lachen, want al lijkt het nergens over te gaan. de twee acteurs zijn perfect op elkaar ingespeeld en de timing van de grappen klopt als een bus. Beumer en Drost creëren in een stoffig decor van rommelige spullen een wereld vol illusie.

Als publiek leef je intensief mee met de geluidseffecten bij de voor-stelling achter de coulissen. Maar daar komt abrupt een einde aan als de coulissen per ongeluk opengaan: er is helemaal geen voorstelling! De eerste geluidsman weet dat al vijf jaar, sinds het theater officieel werd gesloten, maar hij kan de harde realiteit niet onder ogen zien. Het geeft aanleiding tot een ontroerende slotscène tussen twee werkeloze geluidstechnici op een leeg toneel.

Zo op het oog lijkt ‘De Hobbit’ een pretentieloze komische voorstelling, maar de betekenis ervan reikt verder. De voorstelling prikt heel subtiel de illusie van het theater door en houdt deze tegelijkertijd springlevend.

De Morgen
Podium
door Wouter Hillaert

Tolkien en theater binnenstebuiten gekeerd

In de hele storm om de filmtrilogie zou je haast vergeten dat Tolkien zijn boeken in de eerste plaats voor kinderen schreef. Zo ook De Hobbit, het boek dat de succesreeks The Lord of the Rings voorafging. Hij las het sprookje over Bilbo Balings ‘s avonds voor aan zoon- en dochterlief. Dat het uiteindelijk zoveel meer werd dan hun favoriete slaapkamerverhaal danken we eveneens aan een kind. Het was de tienjarige Rayner die zijn vader, de uitgever sir Stanley Unwin, ervan overtuigde de fantastische reisavonturen van de Hobbit te publiceren. Het Nederlandse theaterduo Loek Beumer & Peter Drost maakt nu bijna zeventig jaar later de cirkel rond. Hun Hobbit is een wondere voorstel-ling voor kinderen vanaf tien jaar.

Het verhaal van Tolkien is weliswaar verdreven naar het achtertoneel, terwijl zich op het voortoneel een ingenieuze backstageruimte openbaart. Het is de coulissenbiotoop van ‘de man van het geluid’. Al vijfentwintig jaar lang verzorgt hij live de soundeffecten bij de Hobbit-voorstelling die zich achter het achterdoek afspeelt. In dat vastgeroeste vak komt echter flink de klad als blijkt dat zijn vaste collega plots de benen heeft genomen. In paniek belt de ouwe rot de hulplijn. Even later staat er een groentje klaar. Het is het begin van een smakelijke spoedcursus ‘codes van de geluidstechniek’, waarin Beumer en Drost subtiel uitgroeien tot het klassieke duo van de ernstige Pierrot en het handige clownshulpje vol streken.

Hun letterlijke ‘theatervoorstelling voor kinderen’ teert op een bijzondere inventiviteit. Zo verklanken ze de dichte slagregen waarin Bilbo en de dertien dwergen de bergen intrekken met gewoon een sudderend eitje onder een micro. Peper toevoegen geeft een donderslag. Er is zelfs een heel geluidenarchief van speciale flesjes, waaruit bijvoorbeeld plots Smaugs drakengesnuif ontsnapt en door de zaal gaat sjezen. Genoeg vondsten om van Hobbit een doorlopende ode aan de fantasie te maken. En grappig is het al evenzeer. Daar zorgen niet alleen een aantal fijne slapstickmomenten voor, maar ook talrijke spelletjes met taaldubbelzinnigheden. ‘Een open doekje’ is maar een van de theatertermen die voor leuke misverstanden zorgt.

Dat de grondtoon ondanks alle lachebekkerij toch vooral van een verstilde melancholie is, illustreert het bijzondere vermogen van B&D om tegelijk diverse lijntjes uit te zetten en het jonge én volwassen publiek daarmee op verschillende manieren te ontroeren. Ook al gebeurt dat niet doorlopend, omdat de zin van de acteurs in improv-isatie ten koste durft te gaan van de spanning op alle lijntjes, toch maakt de climax in de voorstelling alles weer goed. Wanneer het groentje op het eind plots alle gordijnen van de theaterillusie opentrekt, blijken er helemaal geen toeschouwers of acteurs aan de andere kant van het achterdoek te zijn. De oude technicus speelt al vijf jaar voor een lege zaal. Aandoenlijke troosteloosheid, lieflijke charme en verrassende spitsvondigheid werden nog niet vaak zo spontaan verenigd als in Hobbit.

Speellijst

De theatertournee voor deze voorstelling is voltooid.

Deel met je vrienden

PLAN B**